Een beweging zonder logo

Tophop discussie: toekomst en strategie

Bron: Ravage 3 augustus 2001

De bijeenkomst 'De wereld is niet te koop' op 16 juni in Leiden was een succes. Niet vanwege de tastbare resultaten - zover zijn we nog niet - maar wel omdat het verlangen naar samenwerking overheerste. Willem Bos en Barend de Voogd willen met deze bijdrage de discussie over de toekomst en strategie van de 'anti-globaliseringsbeweging' stimuleren.

 



Er waren veel nieuwe gezichten in Leiden, maar we zagen ook oude bekenden van de Nederlandse Eurotop in 1997, van het 'tophoppen', en zelfs van langer geleden. Nieuw was dat het ditmaal niet ging om het op elkaar afstemmen van actie-initiatieven, maar om een gezamenlijke probleemstelling.
Een poging samen te praten over strategische, tactische en organisatorische aspecten van een beweging waarvan wij ons allen deel voelen. En hoewel samen praten slechts een magere oogst lijkt als er een wereld te veranderen valt: het is helaas lang anders geweest.


Dialoog

De snelste manier om de nieuwe dialoog om zeep te helpen is koste wat het kost te streven naar een homogene analyse, een gezamenlijk actieplan of centrale coördinatie. Zo'n samenwerking kan niet 'afgesproken worden', je kunt er geen meerderheidsbesluit over nemen zonder een belangrijk deel van de betrokkenen weg te jagen. Wat wel kan, en dat is al heel wat, is samenwerken op punten waarover iedereen het eens is en ervaringen en analyses uit wisselen. In hoeverre dat leidt tot een verder samengaan van verschillende stromingen is niet te zeggen.
Dit is geen pleidooi voor vrijblijvendheid. De dialoog aangaan betekent ook de verantwoordelijkheid dragen voor de beperkingen en gevoeligheden die aan zo'n proces kleven. Een van die verantwoordelijkheden is open te staan voor meningsverschillen. Wij verbergen onze kritiek niet op de mensen van Offensief en enkele (niet alle) leden van de Internationale Socialisten (IS), die in Leiden vooral de noodzaak van een revolutionaire partij beleden. Politieke organisaties als de Socialistiese Arbeiderspartij, waarvan wij lid zijn, IS of Offensief hebben een duidelijke functie, maar 'De Partij' presenteren als het antwoord op de vragen die in Leiden aan bod kwamen, vinden we onjuist.
We zijn het evenmin eens met de in de wandelgangen geopperde voorstellen om 'autoritaire socialisten' voortaan maar niet meer uit te nodigen. Op zich al een autoritair idee, en bovendien een glijdende schaal, want wie volgt: de autoritaire anarchisten? In de bondige formulering van Peter Storm (ook een IS'er trouwens) kunnen wij ons wel vinden: "Het gaat er niet om dat we allemaal onder één vlag lopen, maar dat we samen lopen, allen met onze eigen vlag." Een beweging zonder logo dus.


Anti-globalisering?

We worden 'anti-globaliseringsbeweging' genoemd: een onjuiste en door onze tegenstander bedachte naam. We zien de wereld juist wél als een samenhangend geheel en zijn bij uitstek internationalistisch georiënteerd. We verzetten ons echter tegen het proces van neoliberale globalisering: het privatiseren van alles wat los en vast zit, het opengooien van de grenzen voor het internationale kapitaal en het sluiten van de grenzen voor mensen, de schuldenlast van arme landen, etc.
Een ongelukkige of een geuzennaam: voorlopig is er geen betere en belangrijk is dat we voor onszelf duidelijk maken waar we tegen en waar we voor zijn. We proberen hier niet een uitputtende analyse of een sluitende definitie van het proces van neoliberale globalisering weer te geven. Wel willen we enkele aspecten noemen die, volgens ons, van belang zijn voor de strategie van onze beweging.
In de kern gaat het om hetzelfde door multinationals overheerste kapitalisme als van voor de jaren zeventig. Met één verschil. Onder de gewijzigde krachtsverhoudingen hebben de multinationale ondernemingen en hun politieke vertegenwoordigers hun macht aanzienlijk weten uit te breiden. Deze verandering is geen natuurfenomeen, maar het gevolg van politieke keuzes. Die ontwikkeling is dus niet onvermijdelijk, zoals ons wordt voorgehouden, laat staan dat we ons er bij neer hoeven te leggen.
Bovendien betekent de mogelijkheid van andere keuzes dat ook mensen die niet meteen het kapitalistische systeem zelf ter discussie stellen, zich terecht en zinvol kunnen verzetten tegen afzonderlijke aspecten van de 'globalisering'. Die constatering is, denken we, van belang voor onze strategie.


Maatschappelijke meerderheid

De overgrote meerderheid van de wereldbevolking is de dupe van de neoliberale globalisering: hier en aan de andere kant van de aardbol, als arbeider, als werkloze, als migrant, als vrouw of als treinreiziger... Het probleem is dat de meeste mensen zich dat onvoldoende realiseren. Niet alleen omdat ze door de regeringsleiders en topmananagers van de wereld tegen elkaar worden uitgespeeld, maar ook omdat ze de handen vol hebben aan het dagelijkse gevecht om te overleven, en geen tijd hebben om zich bezig te houden met politieke analyses.
Wereldwijd strijden mensen tegen (aspecten) van de neoliberale globalisering: in Cochibamba (Bolivia) tegen de privatisering van het waterleidingbedrijf; in Brazilië tegen de gentech-producten van Monsanto; in Rusland tegen de verkoop van landbouwgronden en in Zutphen tegen het rondje om de kerk. Vaak zien ze niet in dat hun strijd iets te maken heeft met 'anti-globalisering' of met verzet elders in de wereld. Maar dat verband is er wel degelijk, en dat is voor ons de basis van internationale solidariteit. Niet het schuldgevoel van de blanke Nederlander over die arme stakkers elders in de wereld, maar het begrip dat hun strijd en de onze in wezen dezelfde is.
We zijn maar een klein deel van een grote en brede internationale beweging. Eén van de uitdagingen is om de internationale banden te versterken en daarvan te leren. De aanwezigen op 16 juni in Leiden waren door de bank genomen radicale, jonge activisten die betrokken zijn bij de mobilisaties rond internationale toppen en lokale activiteiten. De mobilisaties in Seattle, Washington, Praag, Nice en Göteborg hebben een sleutelrol gespeeld bij het ter discussie stellen van de neoliberale consensus. Maar voor een verderliggend perspectief van de beweging is 'tophoppen' alleen niet voldoende.
In Leiden werd door veel mensen, en wij sluiten ons daarbij aan, gepleit voor een strategie die ook andere bevolkingsgroepen die slachtoffer zijn van de globalisering, bij de strijd betrekt. Onlangs ontvingen de één miljoen leden van de FNV een flyer over een internationale campagne voor 'de hervorming' van de WTO. De WTO moet natuurlijk gewoon opgedoekt worden, maar dat de bondsbonzen zo'n campagne steunen en zich zelfs positief uitspreken over de 'actievoerders die naar Seattle kwamen om te protesteren tegen deze hoogmis van kil kapitalisme' zegt wel iets over hoe ze de verontrusting bij hun achterban beoordelen. Kortom, er valt voor onze ideeën meer aanhang te winnen dan de 250 conferentiegangers in Leiden: een maatschappelijke meerderheid.


Andere benadering

Maar onder het veelgehoorde pleidooi voor het veroveren van de meerderheid kan ook een meningsverschil schuil gaan. De strategie wordt vaak verwoord in termen als 'we moeten de wijken in' en we moeten 'onze boodschap op de werkvloer uitdragen'. Het is een vorm van 'solidariteit met de arbeiders' die veel doet denken aan een oude, nogal elitaire linkse traditie. Een benadering waarin links, radicaal-links, de voorhoede of hoe je het wilt noemen, gezien wordt als de motor van sociale verandering: de kwestie is alleen nog hoe de rest zo ver te krijgen.
Hans Boot van het vakbondsblad Solidariteit waarschuwde in het openingsforum terecht voor de neiging over 'hen' en 'ons' te praten. Het heeft geen zin om 'de arbeiders' of 'de buurtbewoners' met ons verhaal te bestoken, als we ons opstellen alsof wij geen arbeider of buurtbewoner zijn. Alsof 'hun' staking slechts voor een paar procent en 'hun' buurtactie niets te maken hebben met ons grote verhaal over 'globalisering van onderop'.
Wij pleiten voor een benadering waarin we ons als links niet buiten de arbeidersklasse plaatsen maar er middenin, of we nu we via een uitzendbureau werken, als freelancer, als student of als uitkeringsgerechtigde. Zo'n benadering is democratischer, omdat ze uitgaat van de ervaringen en wensen van de overgrote meerderheid en niet alleen van onze eigen ideeënwereld. Ze is ook effectiever. Het stelt ons in staat meer oog te hebben voor het goeds dat 'anderen' in de arbeidersbeweging al jarenlang doen, en waarbij we kunnen aansluiten.
Het is een moeilijke uitdaging en we moeten er nog een vorm voor vinden. 'Verbreding' mag niet leiden tot overwicht van grotere en gematigder groepen. Maar het is de enige manier vooruit: zoeken naar gemeenschappelijke punten die we met (delen van) andere bewegingen op kunnen pakken. Dat geldt niet alleen voor de vakbeweging maar ook voor milieubewegingen, solidariteitsbewegingen, migrantenorganisaties, Attac, etc.


Antikapitalistisch

Dat brengt ons op de vraag of we ons een antikapitalistische beweging moeten noemen. Het lijkt een woordenspel. Als je antikapitalistisch opvat als 'met belangen tegengesteld aan die van het kapitaal', dan is het antwoord 'ja'. Ook is onze beweging antikapitalistisch te noemen omdat er, anders dan met de aparte deelstrijdjes van de jaren tachtig, nu een besef doorbreekt dat de strijd zich richt tegen een systeem. Maar in de discussie lijkt het niet alleen om deze 'objectieve' bepaling of dynamiek te gaan. Sommigen bedoelen er ook mee dat alle deelnemers er al bij voorbaat van overtuigd (moeten) zijn dat de afschaffing van het kapitalisme noodzakelijk is.
Wij zijn voor onmiddellijke afschaffing, maar het betekent niet dat we ook vinden dat je een sterke beweging kunt opbouwen uitsluitend met mensen die deze radicale conclusie al getrokken hebben. Niemand wordt als antikapitalist, socialist, marxist of anarchist geboren. Wij zijn allemaal geradicaliseerd in de loop van onze politieke activiteit, door actie, discussie en scholing. We mogen anderen niet de gelegenheid ontnemen ook zo'n ontwikkeling door te maken.
Sommigen zijn tot de conclusie gekomen dat de strijd gevoerd moet worden vanuit autonome, niet-hiërarchische structuren of groepen. Anderen zijn ervan overtuigd dat de opbouw van een revolutionaire partij noodzakelijk is. Sommigen zijn vegetariër of veganist, anderen tegen het gebruik van alcohol. Soms gebruiken we begrippen die anderen niet kennen, of bedoelen we andere dingen met hetzelfde woord. Die verschillen moeten we aanvaarden en respecteren. We willen met onze kritiek op 'partij-propagandisten', dan ook niet het omgekeerde bereiken: op geen enkel pleidooi, ook niet dat voor een partij, mag omwille van de goede samenwerking een taboe ontstaan.
Respect dus, discussie, geen verkettering, en soms overleg over wat de beste tijd en plaats is om waarover te discussiëren. Dat geldt niet voor seksisme, homo- en lesbohaat, racisme, antisemitisme en extreem nationalisme. Het zijn ideeën die geen ruimte laten voor het zoeken naar wat ons bindt, maar die ons tegen elkaar opzetten. Daar ligt de grens.


Zelfbeheer

De brede pluriforme en democratische beweging die we willen, zegt iets over de maatschappij die we nastreven. Of we ons alternatief nu omschrijven als 'socialistisch', als 'zelfbeheer', of als 'associaties van vrije producenten': we bedoelen er een maatschappij mee waarin de mens zelf over zijn eigen lot beschikt. Een maatschappij waar niet langer een kleine groep ondernemers, politici en (partij)bureaucraten beslist over het lot van miljoenen.
Zo'n maatschappij kan alleen komen door de activiteit van de mensen zelf. Niet door het leiderschap of de 'propaganda van de daad' van welke zelfbenoemde voorhoede of elite ook. Leren omgaan met meningsverschillen kunnen we niet uitstellen tot na de revolutie, maar begint hier en nu, in de opbouw van de beweging. We willen weliswaar heel Nederland antikapitalistisch opvoeden, maar staan pas aan het begin van onze eigen opvoeding. Lessen in globaal, over onze eigen grenzen heenkijken. Zonder logo.

Willem Bos
Barend de Voogd