"Vele illegalen betalen premies zonder ooit te kunnen profiteren" (september 1995)

Gedumpte liberianen; Justitie maakt illegalen (december 1993)

De illegalen als zondebok (ingezonden stuk december 1992)


december 1993

Gedumpte Liberianen

Justitie maakt illegalen

Vandaag 27 augustus zijn een achttal door Justitie illegaal gemaakte vluchtelingen het gebouw van het ministerie van Justitie in Den Haag binnen gegaan en hebben een gesprek met staatssecretaris Kosto geëist of een direkt verantwoordelijke voor het beleid van Justitie. Zij wilden het gebouw niet eerder verlaten dan dat ze van hem antwoord hebben op de volgende eisen: 1 Justitie moet stoppen met het dumpen van vluchtelingen op straat; 2 we willen gepresenteerd worden aan onze ambassades en willen weten waarom dit op ons verzoek niet eerder gebeurd is; 3 Justitie dient voor onderdak voor ons te zorgen zodat we niet op straat hoeven te slapen of in opvanghuizen tussen drugsverslaafden; 4 we willen een werkvergunning zodat we op een legale manier in ons levensonderhoud kunnen voorzien en niet veroordeeld worden tot illegaal werk of criminele daden (winkeldiefstal). We willen de Nederlandse samenleving niet tot last zijn maar eerlijk werken voor een inkomen. Na een bezetting van anderhalf uur is de toezegging gekomen voor een gesprek op donderdag 2 september om 2 uur met een hoofd van de directie vreemdelingen zaken en een afvaardiging van een viertal Liberiaanse vluchtelingen en iemand van onze werkgroep. Na deze toezegging hebben we het gebouw weer verlaten. Een kort verslag van dit gesprek vindt je op pagina 3. Het beleid van het ministerie van justitie t.o.v. Liberianen komt in feite op het volgende neer: 1. consequente ontkenning van de identiteit van Liberianen. Deze gaat zo ver dat sommige advokaten zich beginnen af te vragen of Liberia nog wel bestaat voor de nederlandse overheid; 2. inbeslagname van alle papieren die het vluchtverhaal en identiteit kunnen ondersteunen; 3. voortdurende weigering vluchtelingen die zeggen Liberiaan te zijn te presenteren aan de ambassade of het consulaat, want zij zouden immers geen Liberiaan zijn; bij voorkeur worden ze (zonder enig resultaat) gepresenteerd aan de ambassade van bv. Nigeria; 4. indien aan presentatie niet kan worden ontkomen worden Liberianen bij voorkeur gepresenteerd bij de Liberiaanse ambassade in Brussel. Consequent wordt hierbij geweigerd de eerder genoemde papieren aan het ambassadepersoneel te overhandigen omdat deze volgens de nederlandse overheid vals zouden zijn. De weigering identiteitspapieren te overleggen resulteert in een weigering van de ambassade enige verklaring af te leggen, en zeer recentelijk dus in een weigering nog langer mee te werken aan presentaties; 5. na maandenlange weigering vluchtelingen te presenteren of na hen hooguit slechts voor de formaliteit heen en weer te hebben vervoerd naar Brussel wordt geprobeerd Liberianen te deporteren naar ieder land, zolang het maar in West-Afrika ligt; 6. uiteindelijk zonder geld of papieren de straat opjagen in de hoop dat deze mensen verdwijnen. Sinds de opening van de grensgevangenis zijn er naar ons weten al tussen de veertig en vijftig vluchtelingen zonder geld en papieren op straat gezet. Hieronder volgt een opsomming van een aantal verhalen van de laatse maanden van Liberiaanse vluchtelingen over hoe dit in zijn werk is gegaan. Wat deze verhalen, en andere die we het afgelopen jaar gehoord hebben, duidelijk maken is dat Justitie er alles aandoet om g‚‚n Liberiaanse vluchtelingen op te nemen. Bij deze pogingen om dit te voorkomen worden tal van trucs toegepast.

Benson Godwin

Komt op 26 maart op Schiphol aan en vraagt om asiel. Dezelfde dag wordt hij overgeplaatst naar de grensgevangenis. Hij krijgt een advocaat toegewezen die hem de inhoud van het verslag van het eerste verhoor vertaald. Benson merkt op dat een deel van zijn verhaal niet is opgenomen en dat feiten verdraaid zijn. Justitie gelooft zijn verhaal niet ondanks dat hij een Liberiaans rijbewijs overlegt, een geboortecertificaat en een Liberiaans identiteitsbewijs. Aan zijn advokaat geeft hij nog meer bewijzen op papier die aantonen dat zijn vluchtverhaal wel degelijk klopt. Op 10 juli begint hij een zes dagen durende hongerstaking om zijn verzoek gepresenteerd te worden aan de Liberiaanse consul kracht bij te zetten. Op 15 juli wordt hij hardhandig door personeel aangepakt en worden al zijn dokumenten afgenomen. Hij wordt niet gepresenteerd. Op 2 augustus wordt hij gedeporteerd naar Lagos, Nigeria. Hij krijgt niet zijn papieren terug die door de grensgevangenis in beslag zijn genomen. In Nigeria vindt een langdurige ondervraging plaats waarna geconcludeerd wordt dat hij geen Nigeriaan is, enhij wordt dus geweigerd. Hij gaat terug naar de grensgevangenis. Hij verzoekt daar zijn papieren terug te krijgen en vraagt de hulp van VVN daarbij. Het personeel van de grensgevangenis zegt dat hij rustig naar zijn kamer moet gaan en dat hij zijn bezittingen dan terug zal krijgen. Op 5 augustus wordt hij op straat gedumpt zonder zijn papieren, geld of wat dan ook. In totaal heeft hij dan vier maanden en tien dagen gevangen gezeten.

Dennis

Op 30 maart aangekomen in de grensgevangenis Op 7 juni uitgezet naar Sierra Leone; in eerste instantie is geprobeerd hem als Sierra Leonees het land in te krijgen. Dit mislukt omdat Dennis beschikt over een Liberiaanse identiteitskaart. Vervolgens hebben de begeleidende Nederlandse politieagenten geld aangeboden voor zijn doorreis naar Liberia. Toen het hoofd Immigratie op de luchthaven duidelijk maakte dat Sierra Leone geen mensen doorstuurt naar Liberia i.v.m. de situatie daar is het geld dat bedoeld was voor de reis van Dennis aangeboden aan het Hoofd met het verzoek Dennis toch te accepteren. Dennis heeft vervolgens hemel en aarde moeten bewegen om niet samen met zijn twee begeleiders gearresteerd te worden. Zij zijn vervolgens teruggevlogen naar Amsterdam, maar niet nadat nog geprobeerd is Dennis bij een tussenstop geaccepteerd te krijgen in Guinee. Ook dit is mislukt. Op 8 juni is Dennis teruggekeerd in de grensgevangenis, en op 17 juni op straat gezet.

Eki

Op 6 juli is hij samen met de heer Hassien (Liberia) uitgezet naar Kano, Nigeria. Omdat zij geen Nigerianen zijn, zijn zij geweigerd. Vervolgens zijn beide doorgevlogen naar Accra, Ghana. Hier hebben zij geweigerd het vliegtuig te verlaten, zodat de Ghanese immigratie-officieren hen in het vliegtuig moesten horen. Volgens de immigratie-officieren zouden de twee geld krijgen van de Nederlandse begeleiders (KMAR), zodat zij op eigen gelegenheid verder konden reizen naar Liberia. Zij hebben beiden geweigerd, en zijn zodoende teruggevlogen naar Amsterdam. Beiden hebben een dag opgesloten gezeten op Schiphol, zonder eten. Eki is vervolgens op straat gezet, Hassyn is in de week daarna nog twee maal uitgezet naar Nigeria. Bij de derde poging is deze Liberiaan geaccepteerd.

Blackyy

Zijn advokaat heeft gevraagd om een presentatite, maar volgens een uitspraak van de rechtbank hoeft hij niet gepresenteerd te worden bij de ambassade omdat het onredelijk is van de Nederlandse overheid te verwachten dat zij vluchtelingen presenteren aan de autoriteiten waar voor zij gevlucht zijn. Op zich een mooie uitspraak, maar zinloos in het geval van Liberianen, omdat er van angst voor de Liberiaanse autoriteiten geen sprake is. Eerder nog kan gesteld worden dat juist het ontbreken van dergelijke autoriteiten in Liberia zelf de reden is geweest te vluchten. Blackyy is op 16 augustus overgebracht naar het gebouw van het Ministerie van Justitie te Hoofddorp, waar hij te horen kreeg dat er geen ruimte voor hem was in een opvangcentrum en dat hij maar terug moest gaan naar Liberia. Vervolgens is hij opstraat gezet.

Asabra

Op vrijdag 13 augustus is hij met drie anderen voor een presentatie naar de Liberiaanse ambassade in Brussel gebracht. In een gesprek met hem werd vastgesteld dat hij afkomstig is uit Liberia; een schriftelijke verklaring daarvan kon door de ambassade niet worden afgegeven omdat de Nederlandse vreemdelingenpolitie weigerde zijn identiteitspapieren te overhandigen aan de ambassade omdat deze vals zouden zijn. Uit het niet-afgeven van de verklaring konkludeerde Justitie dat Asabra geen Liberiaan zou zijn. Op 16 augustus werd hij op straat gezet. Eloho Johnson
Hij was na Asabra aan de beurt om gepresenteerd te worden. Ook bij hem werd vastgesteld dat hij uit Liberia komt, maar ook in zijn geval weigerde de Nederlandse vreemdelingenpolitie zijn identiteitspapieren te overleggen. Gevolg was dat ook voor Eloho geen verklaring werd afgegeven. Eloho verbleef sinds 19 april in de grensgevangenis. Voordat hij bij de Liberiaanse ambassade werd gepresenteerd is hij bij de Nigeriaanse ambassade gepresenteerd. Hier werd vastgesteld dat hij geen Nigeriaan was. Het niet afgeven van een verklaring door de Liberiaanse ambassade was voor Justitie aanleiding om aan te nemen dat hij wel Nigeriaan was. Gevolg van dit alles is geweest dat Eloho op donderdag 19 augustus is uitgezet naar Lagos. Na een langdurig interview is door de Nigeriaanse immigratie-autoriteiten vastgesteld dat hij uit Liberia kwam, en dat hij terug moest naar Nederland. De leden van de KMAR die hem begeleidden waren echter al vertrokken. Dit betekende dat Eloho werd ingesloten op de luchthaven van Lagos om te wachten op de komst van leden van de KMAR. Sinds 19 augustus is echter geen KMAR meer afgereisd naar Lagos. Op donderdag 26 augustus is hij uiteindelijk zonder begeleiding op het vliegtuig naar Amsterdam gezet; bij aankomst is hij opnieuw overgebracht naar de grensgevangenis, na een week is hij weer naar Nigeria uitgezet sinds dien hebbenwe niets meer van hem vernomen. Hierbij moet nog vermeld worden dat de gebeurtenissen op die vrijdag 13 augustus voor de Liberiaanse ambassade aanleiding zijn geweest nog langer mee te werken aan presentaties.

Habib Brown

Gedumpt op vrijdag 20 augustus; zijn problemen zijn al begonnen bij zijn interview. Habib spreekt slecht Engels; zijn moedertaal is Mano, ‚‚n van de kleinere talen in Liberia. Er was geen tolk bij het interview. Pogingen van zijn advokaat het interview nogmaals te doen in aanwezigheid van een tolk zijn gestrand. Zijn Liberiaanse identiteitsbewijs is hem afgepakt en heeft hij niet meer teruggekregen. Habib is zodoende op donderdag 12 augustus uitgezet naar Lagos. Van Justitie kreeg hij een formulier met foto mee waarvan ze zeiden dat hij dat was (dit is niet zo). Daar is hij ingesloten, om even later verhoord te worden en zijn identiteit vast te stellen. Daarbij is vast komen te staan dat hij geen Nigeriaan is. Hij kon echter niet direkt teruggevlogen worden omdat zijn Nederlandse begeleiders al vertrokken waren. Hij heeft zodoende acht dagen gevangen gezeten op het vliegveld. Tot slot willen we wijzen op de gebeurtenissen rond de heer Caine uit Liberia. Deze man kwam op 23 november 1992 aan in de grensgevangenis. Er werd niet geloofd dat hij Liberiaan was, en dus werd hij overgebracht naar de grensgevangenis. Ondanks verzoeken van zowel Caine als zijn advokaat is hij niet gepresenteerd aan de Liberiaanse ambassade of consulaat. Na drie maanden detentie is de heer Caine in zijn pyama op Schiphol gedumpt met de opdracht Nederland binnen 48 uur te verlaten. Hierdoor is hij gedwongen geweest als illegaal in Nederland te leven. Pas op 24 augustus was het hem mogelijk zichzelf te presenteren aan de Liberiaanse consul in Nederland. Deze heeft gekonstateerd dat hij Liberiaan is. Op 25 augustus is Caine met een brief van de consul naar het ministerie van Justitie te Hoofddorp gegaan, waar hij zonder verdere vragen van de kant van Justitie binnen 10 minuten werd doorverwezen voor opvang in een AZC. Zelfs een excuus voor de door Justitie aangerichte ellende sinds zijn aankomst op Schiphol kon er niet van af.

zoekarchiefdiscussiereageerhomeenglish