Een wereld zonder nooduitgang
Paul Scheffer
22/09/2001
Bron: De Standaard

Iedereen zal zich op een onbewaakt ogenblik wel een voorstelling hebben proberen te maken van die laatste minuten in het World Trade Center. Bij die eindeloos herhaalde beelden werd de kijker bekropen door een claustrofobisch gevoel, de benauwenis was zo tastbaar. De Britse schrijver John Berger merkte al eerder op: ,,Het nieuws, of het nu plaatselijk nieuws is of wereldnieuws, is bijna elke dag slecht. Die dagelijkse portie slecht nieuws geeft mensen het gevoel dat ze op een telkens iets kleiner wordend gebied raken ingesloten.''

De wereld is in de afgelopen week kleiner geworden. Het zal steeds moeilijker worden om zich te onttrekken aan de wereldwanorde: een uitslaande brand kan de hemel vele duizenden kilometers verderop verduisteren. Een vliegtuig boort zich in een New Yorkse wolkenkrabber en de hele wereld -- van Brussel tot Islamabad -- is ontregeld. Die verpletterende echo laat zien dat de zekerheid die ons in de naoorlogse tijd als bijna vanzelfsprekend vergezelde, een forse knauw heeft gekregen.

Het enige motief achter deze aanslag ligt in de poging om het geweld dat woedt aan de rand van de westerse wereld naar het centrum te verplaatsen. Wat wordt beoogd is de verstoring van meer dan vijftig jaar vreedzaam samenleven in ons deel van de wereld. Dat is natuurlijk veel meer dan een incident. Toch kan pas over vele jaren worden gezegd of dit drama het begin van een nieuwe tijd markeert. Niemand weet of er na de aanslag vergelijkbare of zelfs omvangrijker terreurdaden in het verschiet liggen.

In die chaotische omgeving vormen de democratieŽn van Amerika en Europa een natuurlijke belangengemeenschap. Het zou naÔef zijn om de weerbaarheid van open samenlevingen te verwaarlozen en de Atlantische gemeenschap speelt in die verdediging een doorslaggevende rol als macht en model. Daarom raakt de aanval op Amerika de samenlevingen van Europa op een directe manier. Elke verzwakking van de Verenigde Staten vergroot het isolement van de democratie in ons deel van de wereld.

De ongelijkheid in de wereld betekent natuurlijk dat sommigen kwetsbaarder zijn dan anderen. Dat geldt binnen de westerse wereld, waar de Verenigde Staten een heel andere geschiedenis hebben dan de Europese landen, die menige oorlog op hun grondgebied hebben meegemaakt. In Amerika is -- getuige de plannen voor een raketschild -- de illusie van onaantastbaarheid groter dan bij ons. Francis Fukuyama verwacht dat de aanslag daarin verandering zal brengen: ,,Misschien zullen de VS een 'normaler' land zijn, met concrete belangen en reŽle kwetsbaarheden, en zullen ze niet langer denken dat ze in staat zijn eenzijdig voor te schrijven hoe de wereld waarin ze leven eruit moet zien.'' (De Standaard 19 september).

De ongelijkheid is elders nog groter: de westerse landen kunnen zich beter verschansen dan de armere delen van de wereld. Toch is ook die bescherming aan duidelijke beperkingen gebonden. In een wereld waar de omloopsnelheid van geld, goederen, mensen en ideeŽn zo hoog is geworden, is de kans op ongelukken die zich razendsnel verbreiden levensgroot geworden. De vraag die zich na de aanslagen opdringt is: hoe kan gerechtvaardigde zelfverdediging samengaan met het besef van deze toenemende afhankelijkheden.

Voorbeelden van een groeiende samenhang in de wereld zijn er genoeg. Vooral de risico's die het geweld in IsraŽl met zich mee brengt, zijn dezer dagen heel zichtbaar. We zullen nooit weten of de terroristische aanslag van vorige week zonder de steeds gewelddadiger confrontatie tussen IsraŽl en de Palestijnen niet had plaatsgevonden. Toch is onmiskenbaar dat het beeld van een superieur bewapend leger dat hulpeloze demonstranten en haveloze politieagenten belaagt, dagelijks voeding geeft aan het gevoel van vernedering in de Arabische wereld.

Deze onverklaarde oorlog vormt inmiddels een rechtstreekse bedreiging voor de westerse wereld. Degenen die beweren dat de aanslag IsraŽl meer bewegingsvrijheid zal geven, hebben het mis. Integendeel: de aandrang om tot een rechtvaardige vrede te komen zal groter moeten worden en de eerste tekenen wijzen daar ook op. Niemand kan het zich meer veroorloven om de geweldspiraal te laten aanlieren. Indamming van de haatdragende partijen is nodig om te voorkomen dat de strijd om Jeruzalem later het beginpunt zal blijken te zijn geweest van een internationale confrontatie. Op zijn minst moet met internationale druk worden geprobeerd om -- net als indertijd rond Berlijn -- het conflict te pacificeren.

Ook in een ander opzicht is het Midden-Oosten van groot belang. Het al jaren voortslepende conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen maakt duidelijk dat geweld nooit een uitweg kan bieden. De reeks van vergeldingsacties over en weer is zonder einde en in weerwil van zijn sterke leger en een bijkans volledig gemobiliseerde bevolking zal IsraŽl er nooit in slagen om de wanhoopsaanslagen van islamitische fundamentalisten tegen te gaan.

Net zoals geweld het conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen niet kan oplossen, zo zal de ,,oorlog tegen het terrorisme'' weinig opleveren als deze in overwegend militaire zin wordt opgevat. Zeker, bij zelfverdediging horen geweldsmiddelen, want diplomatie zonder militaire macht ontbeert elke geloofwaardigheid. Maar militaire tussenkomst is alleen maar zinvol als er een politiek vervolg aan kan worden gegeven. Dat heeft de Golfoorlog wel geleerd: Saddam Hussein is tien jaar later nog steeds aan de macht en maakt Irak tot een dreiging.

Het politieke streven moet gericht zijn op een nieuwe verhouding tot de instabiele landen die ons deel van de wereld omringen. Het gevoel van wrok in de islamitische wereld moet serieus worden genomen. Begrijpt men de tegenstellingen tussen gematigde moslims en fundamentalisten niet, dan is het risico groot dat men in de uitnodiging van het terrorisme trapt. Deze is erop gericht om de islamitische wereld en het Westen tot een oorlog te verleiden. Elk antwoord op dit doemscenario zal zo'n confrontatie moeten zien te vermijden.

Gezien de pogingen om islamitische landen te winnen voor een coalitie tegen het terrorisme, lijkt de Amerikaanse regering dat goed te beseffen. En hoe meer militaire zelfbeheersing aan de dag wordt gelegd, hoe sterker de politieke steun voor de Verenigde Staten zal blijven.

In West-Europa is er nog een andere, heel dwingende reden om een gewelddadige botsing van beschavingen te vermijden. Door de steeds verder groeiende migratie zien we een transnationale samenleving in wording, die zowel dempend kan werken op conflicten als ervoor kan zorgen dat geweld zich sneller verplaatst. Anders dan ten tijde van de Zesdaagse oorlog in 1967 leven er nu miljoenen moslims in West-Europa, in een land als Frankrijk alleen al zo'n vier miljoen. Hun aanwezigheid kan zowel een probleem vormen als juist behulpzaam zijn in onze verhouding tot de rest van de wereld.

Het overgrote deel van de hier levende moslims keurt het geweld af zoals dat in Amerika is gebruikt, maar de aanslagen roepen ook gemengde gevoelens op. Daarbij zal het conflict in het Midden-Oosten ongetwijfeld een grote rol spelen. Maar uit verschillende reacties blijkt ook dat een deel van de moslimgemeenschap een behoorlijke mentale afstand ten opzichte van de gemiddelde opvattingen hier bij ons heeft.

De gebeurtenissen na de aanslag laten zien dat er te vaak langs elkaar heen wordt geleefd. Nu al zien we minder verlichte geesten zich afreageren op moslims en sommige gelovigen openlijk hun instemming met de terreur betuigen. Het is treurig dat er scholen zijn die het niet aandurven om over de aanslag te spreken, uit angst dat islamitische leerlingen daar anders over denken.

Die vermijding moet plaatsmaken voor een grotere betrokkenheid. De vele moslims hier zouden veel zichtbaarder moeten zijn. Waarom komen ze dezer dagen zo weinig aan het woord om hun verhaal te doen? Waarom worden de verschillen van mening binnen de moslimgemeenschap niet openlijker verwoord en uit het seculiere deel van de Turkse of Marokkaanse gemeenschap zich zo weinig over hun vrees voor fundamentalisme?

De migratie brengt de hele wereld naar het Westen. Dat is de omkering van een historisch proces waarin het Westen in de wereld doordrong. De Britse historicus Toynbee schreef dat geen enkele niet-westerse samenleving zich aan die invloed heeft kunnen onttrekken. Terwijl andere landen zich hebben moeten aanpassen, leeft het Westen nog te zeer met een op zichzelf gericht beeld van de wereld. Maar dat kan niet voortduren, aldus Toynbee in een beschouwing vlak na de oorlog: ,,Vroeger of later zullen de gevolgen van deze botsing terugslaan op het Westen zelf.''

De migratie is daar een tastbare uiting van. Zo ontstaan nieuwe afhankelijkheden: buitenlandse politiek raakt de positie van minderheden. Die overweging zou mede tot grotere terughoudendheid moeten leiden in deze dagen. Verdraagzame omgangsvormen gedijen nu eenmaal beter in een veilige omgeving. De oorlog die wordt aangekondigd zou wel eens een collectieve angst kunnen uitlokken die in geen verhouding meer staat tot de aanslagen die in Amerika zijn gepleegd. Dat vergroot het wantrouwen aan alle kanten en doet afbreuk aan het toch al aarzelende samenleven van uiteenlopende culturen in BelgiŽ, Nederland en elders.

Zo schept de globalisering nieuwe mogelijkheden, zowel ten goede als ten kwade. Jacques Attali, voormalig adviseur van de Franse president Mitterrand, wees erop dat in de komende wereldorde de verliezers veel talrijker zijn dan de winnaars. Die verliezers zullen zich niet zomaar bij hun marginale plaats neerleggen. Gebeurt er niets dan zullen oorlog en geweld het beeld aan de rand van de welvarende wereld bepalen, aldus Attali. Deze bedreiging roept nieuwe morele vragen op die niet langer ontweken kunnen worden. Zeker nu we weten dat het geweld niet ophoudt aan de rand van de welvarende wereld, maar deze in het hart kan raken.

In de wereldwanorde is er geen alternatief voor zelfverdediging. Het verlangen naar gerichte interventie is alleszins redelijk en waar er mogelijkheden zijn om terroristische netwerken te vernietigingen moet dat zeker niet worden nagelaten. In weerwil van alle hoopvolle gedachten over de global village leven we ook in een belegerde stad. Ook de westerse wereld moet zich wapenen tegen een gewelddadig fundamentalisme, dat zich tot nu toe voornamelijk gericht heeft tegen de eigen regeringen, in landen als Egypte en Turkije.

Maar te denken dat we met militaire middelen kunnen ontsnappen aan de afhankelijkheden die onze wereld kwetsbaar maken is een misverstand. De jarenlange oorlog tegen terrorisme die nu wordt afgekondigd, suggereert te zeer het tegendeel. Met dreiging en diplomatie probeert Amerika een gevoel van onkwetsbaarheid te herstellen. Het zal moeten blijken of de Verenigde Staten na deze krenking zich juist coŲperatiever gaan opstellen, zoals sommigen hopen. Deze ,,nieuwe oorlog'' kan gemakkelijk eindigen zoals de war on drugs, die met zeer veel animo werd begonnen om in de loop der jaren te verzanden in ontwrichtende interventies, zonder erg veel resultaat.

Woorden hebben hun eigen werking. Door te denken in termen van oorlogvoering lopen we het gevaar van een spiegelgevecht met het terrorisme waarin alles geoorloofd is -- ,,dead or alive'' -- en waarin niet alleen de daders worden gestraft, maar collectieve schuld wordt toegerekend en dus onschuldige burgers omkomen. Robert Kaplan schrijft: ,,Hoe welvarender een land is, hoe meer het bereid zal zijn morele compromissen te sluiten om zijn materiŽle rijkdom te behouden'' (De Standaard 17 september). Wat hij daarmee bedoelt is dat in de buitenlandse politiek andere wetten gelden dan in de binnenlandse politiek: buiten de grenzen gaat macht boven moraal. Waar ligt de grens van die redenering? Uit naam van een dergelijk realisme kunnen de democratische beginselen worden gekleineerd die men zegt te willen verdedigen.

We leven in een wereld zonder nooduitgang. Het zal niet eenvoudig zijn om van die nood een deugd te maken. De roep om zelfverdediging moet samengaan met een besef van toenemende afhankelijkheid. Die politieke en psychologische evenwichtskunst zal heel veel vergen van de westerse regeringen. We willen ons afschermen tegen de gevolgen van een groeiend fanatisme en wrok, maar economische en culturele ontwikkeling in de ons omringende wereld biedt uiteindelijk meer bescherming. Daarom moeten we onze grenzen verdedigen, maar ook onze markten openen; waar nodig wereldbeelden laten botsen, maar altijd het gesprek met de gematigden blijven voeren.

Paul Scheffer is publicist.

die verzandde in ontwrichtende interventies, zonder erg veel resultaat